Doof/doven

doof/doven (met kleine letter): mensen met een auditieve beperking. Mensen met onvoldoende auditieve input om zonder hulpmiddel spraak te kunnen verstaan. Bij dove mensen heb je gebarentaligen en hoortoestelgebruikers (hoorapparaat of CI).

Doof/Doven (met hoofdletter): doven die zichzelf zien als lid van een culturele minderheid met een eigen taal (in Vlaanderen is dat VGT, Vlaamse Gebarentaal). Doofheid is voor hen niet zozeer een beperking, maar een deel van hun culturele identiteit. Niet alle doven beschouwen zich zelf als Doof.

Cochleair implantaat (CI): een CI stimuleert elektronisch de gehoorzenuw bij personen met (bijna-) doofheid, die onvoldoende kunnen worden geholpen met klassieke gehoorapparaten. Het implantaat zet geluid om in elektrische pulsen die de gehoorzenuw in de cochlea (het slakkenhuis) direct stimuleren. Personen die geen of nog maar een beperkt restgehoor bezitten, kunnen hiermee weer geluiden waarnemen en spraak verstaan.

Afbeeldingsresultaat voor Cochleair implantaat