Doven

  • doven
    Mensen met een auditieve beperking die onvoldoende auditieve input hebben om zonder hulpmiddel spraak te kunnen verstaan. Om spraak te kunnen verstaan, kunnen zij niet geholpen worden met gewone hoorapparaten, maar zijn zij aangewezen op één of twee CI’s (Cochleair Implantaat).

  • geïmplanteerde doven
    Mensen die doof zijn en één of twee CI’s hebben.

  • gebarentalige doven
    Mensen die doof zijn en gebruik maken van gebarentaal.

  • Doven (met een hoofdletter)
    Doven die zichzelf zien als lid van een culturele minderheid met een eigen taal (in Vlaanderen is dat VGT, Vlaamse Gebarentaal). Doofheid is voor hen niet zozeer een beperking, maar een deel van hun culturele identiteit. Niet alle doven beschouwen zich zelf als Doof.

  • Cochleair implantaat (CI)
    Een CI stimuleert elektronisch de gehoorzenuw bij personen met (bijna-)doofheid, die onvoldoende kunnen worden geholpen met klassieke gehoorapparaten. Het implantaat zet geluid om in elektrische pulsen die de gehoorzenuw in de cochlea (het slakkenhuis) direct stimuleren. Personen die geen of nog maar een beperkt restgehoor bezitten, kunnen hiermee weer geluiden waarnemen en spraak verstaan.

Afbeeldingsresultaat voor Cochleair implantaat

  • Bone Anchored Hearing Aid (BAHA)
    dit is géén CI en ook geen traditioneel hoorapparaat, maar een botverankerd hoortoestel