LGBTQ(IA)

LGBTQ(IA):  Afkorting voor Lesbian, Gay, Bisexual, Trans, Queer, (Intersexual, Asexual). Al deze woorden duiden op een seksuele identiteit en kunnen soms deel uitmaken van eenzelfde persoon.

UITSPRAAKTIP: dit heel lange letterwoord spreken we in een Nederlandstalige tekst uit als holebi’s en queers.

Queer: is een containerbegrip voor alle vormen van LGBTQ, zonder te specificeren ‘wat je precies bent’. Het is een overkoepelende term voor lesbisch, homo, biseksueel, trans, interseksueel en aseksueel; dus voor iedereen die zich niet als heteroseksueel of cisgender definieert.

Holebi: term uit de jaren ’90 waarmee men homo’s, lesbiennes en biseksuelen aanduidt. Vooral in Vlaanderen. In Nederland bedoelen ze met ‘homoseksuelen’ zowel mannen als vrouwen. Tegenwoordig zijn er enkele toevoegingen, waarbij transgenders worden meegenomen in de groepsaanduiding. Men spreekt van HOLEBIQTI. Waarbij de Q voor queer staat, de T voor trans en de I voor intersekse

Gay: ander woord voor homo.

Intersexual: staat voor iemand die biologisch en fysiek gezien beide geslachten heeft en zich niet specifiek aan één gendertype houdt.

Polyseksueel: iemand die aantrekking kan voelen tot mensen van meer dan één, maar niet noodzakelijk alle genderidentiteiten.

Panseksueel: iemand die zich aangetrokken kan voelen tot alle genderidentiteiten.

Fluïde: als je merkt dat je aantrekking verandert doorheen de tijd, dan kan je die fluïde noemen.

Heteroflexibel: Een term die gebruikt wordt als je voornamelijk hetero(seksueel) bent maar soms romantische en/of seksuele contacten aangaat met personen met dezelfde genderidentiteit. Omgekeerd spreken we van homoflexibel.

Afbeeldingsresultaat voor Queer